vrijdag 18 mei 2018

Het gaat slecht met insecten

Verontrustend nieuws. Ik las het ergens en hoor het nu ook op het journaal. Bestrijdingsmiddelen schijnen de oorzaak te zijn. 

Ik herinner me als kind dat onze auto altijd onder de vliegen zat als we gingen rijden. Als ik nu een stuk ga rijden is dat niet mee zo. Hartstikke gefeliciteerd bestrijdingsmiddelenfabrikanten met jullie nieuwe succes... maar niet heus. 

Op naar m'n overnachtingsplek. Een plekje ergens midden in het bos. Wildkamperen. 
Er vliegt en kruipt van alles rond. Het lijkt hier wél goed te gaan met de insecten. Ook met de muggen en de teken. 

De muggen bijten (nog) niet, de teken wel. Ondanks deze boeven word ik toch weer een beetje blij.

Want ik weet waarvoor ik gekomen ben: het vogelkoor in de ochtend. Wakker worden met gezang. Als er veel insecten zijn dan zijn er ook veel vogels.


Hier heb ik overnacht. Ik laat m'n tarp achterwege gelaten. KNMI verwachtte goed weer en m'n intuïtie kon dit alleen maar beamen. Ontbijt hangt boven 't vuur.  

Driepoot en pothanger made on the spot
Knutselen met spullen van Moeder Natuur. 
Ontbijt wordt aangevuld met wildpluk.  

dinsdag 13 maart 2018

Kamperen in de vrieskou

Een paar dagen wildkamperen. De weersverwachting geeft nachttemperaturen van -10 en harde wind. Gevoelstemperaturen van -15 tot -19. Zo. Weer eens wat anders.

Ik ben verkouden. Is dit verstandig?

Ik koop een goed passende winterpet en overhandschoenen bij de dump (de wollen binnenwanten had ik al). Deze ontbreken nog in mijn uitrusting. Kosten: 12 euro. Ruim voorgefinancierd door de Nederlandse belastingbetaler. Dank daarvoor. Kijk eens wat een Hestra Heli Ski 3-Finger doet qua prijs.

Met vertrouwen in eigen kennis, kunde, vaardigheden en uitrusting maar vooral een sterk verlangen om buiten te zijn besluit ik om te gaan.

Mijn vrouw dropt me. Zij gaat met de kids en met de schaatsen in de kofferbak naar haar heitelân.

Met meer dan 20 kilo op m'n rug heb ik uitzonderlijk veel mee voor mijn doen. Ik heb geen zin om te verrekken van de kou. Dikke slaapzak, warme onderjas, veel sokken, zooltjes, thermokleding en heeeeel veel eten. Calorieën uit de natuur halen is op dit moment geen optie voor mij.

Met een joekel van een rugzak loop ik naar een favoriet plekje. Ik kan hier een onopvallend bivak maken met zelfs een klein vuurtje erbij. Met armen vol riet, dat afgemaaid op de kant van de sloot ligt, maak ik een 'tapijt' in de shelter. Ingedrukt is ongeveer 5 cm. dik. Het isoleert me van de koude ondergrond als ik lig te slapen en het riet vlakt oneffenheden uit. Ik heb natuurlijk ook m'n thermarest mee. Comfort boven alles.

Brandhout pluk ik uit de boom. Er is genoeg. Veldesdoorn brandt goed en de rook is niet onaangenaam. Een bijl is niet nodig, heb ik ook niet bij me. Het brandhout is gevriesdroogd in de wind. 

Daarna: omgeving verkennen! Ik loop een rondje om te kijken of m'n kampje opvalt van een afstand. Niet. Er is een sloot waar altijd water stroomt in deze periode van 't jaar. Zal het bevroren zijn?

Als ik het bosperceel uitstap merk ik hoe venijnig de wind is. Ik ben blij met m'n winterpet en m'n overhandschoenen. Soms hoor ik de wind hoog in de boomtoppen jagen. Alsof er plots een 747 boven me vliegt. Hier op de grond is dan nauwelijks wind. In deze condities kun je het beste maar in het bos zijn en niet daarbuiten.

De sloot is niet bevroren! Ik kan water tappen. Fijn. Ik hoef niet meer moeite te doen dan nodig om aan water te komen.

Ik ga op stap. Ik pak m'n dagrugzak in: eten, waterfles, warme onderjas, eten, mes, EHBO, plastic tas (je weet nooit wat je onderweg vindt), twee billycans (ook handig als verzamelbakje), een reserve zakdoek, sokken en zooltjes. De verrekijker hang ik om m'n nek. Een tak wordt een wandelstok en statief voor de kijker. Ik kan zo langer kijken naar al die reeën en damherten die opeens overal lijken te grazen. In de kou laten ze zich goed zien.

Er ontstaat een routine in de vijf dagen dat ik hier ben. 's Morgens en 's avonds de vaste klusjes zoals brandhout en water halen, water en eten koken. Bij het lichten van de dag op en als het gaat donkeren de slaapzak in. Ik maak lange nachten maar ik merk dat mijn verkouden lijf het nodig heeft. Tussen 9.00 en 10.00 en 16.00 vrije tijd! Ik zwerf rond om nieuwe stukken bos te verkennen.

Ik kom veel snippen tegen. Of is het er maar één die steeds voor mij uit vliegt en weer neerstrijkt op mijn pad? En goudvinken. Een ree die het ijs opgaat. Ik stalk dichterbij voor een foto maar dat gaat niet lang goed want een ander ree staat op de uitkijk. Ik vind de eerste bloemen van klein hoefblad en eet ze op. Klinkt dramatisch maar dat is het niet. Over een paar weken is het hier geel van het hoefblad. Ik heb ze nog nooit zo zoet gehad. De vrieskou zorgt voor meer suiker in de plant als een soort antivries.

Ik vind een ganzenei. Vreemd. Of toch niet? Kippen leggen ook wel eens zomaar een ei in de ren. Dit ei gaat mee. Dat wordt m'n ontbijt voor de volgende dag. Hoogtepunt is de zeearend die in glijvlucht een meerkoet of zwaan probeert te grijpen uit een stuk ijsvrij water. Machtig!

De voorlaatste dag bouw ik m'n shelter om. Ik heb zo meer bewegingsruimte tijdens het inpakken van m'n uitrusting want het weer slaat misschien om.

Hieronder een fotoverslag.

Kamperen bij min 10. Weer eens wat anders.
In deze tijd van 't jaar is hier altijd stromend water. Ondanks de kou was het niet bevroren.

Ik vind een ganzenei. Ik kook deze 20 minuten om eventuele salmonella geen kans te geven.

Jonge brandneteltopjes. Er is nog niet veel eetbaars te vinden. 
Ik doe hars van een omgevallen spar (stormschade) op een blaar. 
Na een koude nacht: ijs in de bivakzak.
's Nachts 10 graden onder nul.  
Een voorraadje reserve vuurstarters. Ik stop het weg in m'n onderkomen. Wie weet heb ik het nodig. 
Bloemen van het klein hoefblad. Ik eet ze op, ze smaken zoet. Het suiker in de plant werkt als antivries.
De bevers maken er weer een bende van. 
De laatste dag bouw ik m'n onderkomen om. Ik heb meer bewegingsruimte tijdens het inpakken van de rugzak. Tijdens het voorbereiden op dit tripje werd er slecht weer verwacht. En ik heb (nog) geen smartfoon om - bijvoorbeeld - het weerbericht te checken. En weer bleek achteraf goed te zijn.    

maandag 8 januari 2018

Workshop wilde planten 2018

Heb je wel eens een dag van het land willen leven? Dat kan! 

We gaan op jacht naar wilde planten. Welke planten kun je eten? Waar vind je ze? Wat is de beste oogsttijd? Hoe eet je ze? We koken een lunch van wilde planten boven een vuur. 

Het seizoen en wat voorhanden is bepaalt ons menu. 

Centraal staat: hoe kom ik aan mijn voeding als ik buiten ben? 

Dit is geen kookworkshop met als doel een op en top smakend gerecht te bereiden zoals je dat misschien gewend bent om thuis te doen.   

We gaan ook enkele voorwerpen maken die het leven buiten makkelijker maken. 

Heb ik je lekker gemaakt meld je dan hier aan. 

Inhoud: 
  • herkennen en gebruik van planten, struiken, bomen en een enkele paddenstoel
  • ongeveer 30 soorten
  • eetbaar, giftig, gereedschap, medicijn, hygiëne, onderdak en vuur
  • nadruk ligt op voedsel
  • lunch zoeken we ter plekke: het seizoen bepaalt ons menu
  • geen gesmokkel met meegebrachte smaakmakers als pesto, bouillonblokjes, stukjes worst etc. 
  • voorwerp(en) maken: bijvoorbeeld touw of een blaaspijp (voor het aanwakkeren van een vuur)
  • van 9.00 tot 16.00
  • omgeving Zeewolde
  • 55,- euro
  • minimaal 4 personen, maximaal 10 personen 
Datum (De data zijn aangepast op 18-05-2018):
  • 9 juni 2018
  • 13 oktober 2018
Aanmelden? Klik hier.

Wat meenemen? Klik hier.



Citaten van deelnemers: 

"Wat een eye opener. Ik wist niet dat er op zo'n korte afstand zoveel eetbaars te vinden is".

"Basic. Precies hoe ik me de workshop had voorgesteld".

"Leuk en leerzaam". 

"Was biologieles op school maar zo leuk"

Voor een recensie van deze workshop verwijs ik graag naar dit artikel in het blog van een deelnemer.
Je kunt veel met planten doen als je buiten bent. Eten, medicijn, tools.  
Brandneteltouw maken. 3 augustus 2014.

Een deelnemer trekt een gigantische pastinaak uit de grond. 3 augustus 2014.
Als het regent kruipen we onder een tarp. 13 juni 2015.
Wortel van lisdodde. Geroosterd op hete kolen. 12 september 2015.
Klis wortel opgraven. 28 mei 2016.


Op zoek naar eten. De workshop wordt gegeven in een prachtig natuurgebied, ver van verkeer en massarecreatie. 10 september 2016.




Materialen verzamelen voor het maken van een matje. 13 mei 2017.

zaterdag 19 augustus 2017

Bush deo

Na een dagje stevig wandelen met de rugzak op kruis ik een fietspad. Er passeren een paar fietsers. Ze ruiken opvallend naar zeep en wasmiddel. Ik vraag me af: ruik ik eigenlijk nog wel zo fris?

Als je geluk hebt kom je gagel en munt vlak bij elkaar tegen. Pluk er wat bladeren van en wrijf ze stuk tussen je handpalmen. Smeer dit op je armen, handen en hoofd. Een geweldige bush deodorant. 

Bijkomend voordeel: insecten houden niet van de lucht van gagel en munt. Je zal dus minder last hebben van deze buggers. 

Helaas komt gagel niet zo heel veel (meer) voor. Munt kun je op veel plekken tegenkomen. 


Gagel.

zaterdag 12 november 2016

Een potje maken van berkenbast

Van berkenbast kun je een potje maken. Soms vind je zomaar een stuk bast van een dode boom. Sloop geen levende bomen! Dat hoort niet.
  • Snij eventueel de boven- en onderkant recht. 
  • Snij de pijlpunten aan de bast en maak twee openingen waar deze punten straks in kunnen. 
  • Buig de bast om en steek de pijlpunten in de openingen. 
  • Gebruik afgezaagde plakken van een stammetje op de grond als bodem en deksel. 
Berkenbast met twee openingen (rode pijlen) en twee gesneden punten. Buig de berkenbast en steek de punten in de openingen. Klaar. 

Voltooide container van berkenbast. 

vrijdag 11 november 2016

Brander maken van conservenblikken

Een brander van conservenblikken maak je met een zakmes waar de functie "blikopener" op zit. En van de conserven maak je een lekker gerecht. Eventueel on the trail.


Voordelen

  • Onafhankelijk. Je stookt hout. Geen Coleman Fuel, Campingaz, Esbit of wat dan ook meer nodig. 
  • Ruimtebesparend. Past in mijn RVS kookpan type billycan. 
  • Licht van gewicht. Slechts 125 gram.
  • Duurzaam. Geen fossiele brandstof nodig tijdens de fabricage. Geen fossiele brandstof nodig tijdens het stoken. De brander is gemaakt van een restproduct.  

Brander van conservenblikken.



Nadelen

  • De brander kan roesten.


Aan de slag

Koop een blik bruine bonen zonder treklip en een blik ananas met treklip (zie foto). Er zijn andere mogelijkheden maar met deze ingrediënten + een ui maak je ook nog eens een voedzaam en lekker gerecht. Onderaan het recept.


Het zakmes moet een type blikopener hebben zoals van het blauwe mes (zie foto) vanwege de scherpe punt. Het type blikopener van het grijze mes werkt minder goed.

Oké, hoe werkt zo'n blikopener eigenlijk? Zet de "bek" onder de rand van een blik en hefboom de "snuit", waar een scherpe rand op zit, in het blik. Je snijdt het zo open.


1. Haal het papier van de blikken (tondel).
2. Zet het ananasblik op het bruinebonenblik.
3. Markeer de "footprint" van het ananasblik (houtskool, stift, mentaal).
4. Duw de blikopener in de "footprint" en snij rondom het deksel af. Dit is een lastig klusje omdat je niet kunt hefbomen. Je steekt steeds de "snuit" in het blik. Gebruik je focus! Neem eventueel pauzes.
5. Verwijder de inhoud van het bruinebonenblik en spoel deze schoon. 
6. Snij gaten aan de zijkant onderaan in het bruinebonenblik (hefbomen langs rand).
De deksel van bruinebonenblik verwijderen.

Het bruinebonenblik na stap 1-6.
7. Trek de deksel van het ananasblik en verwijder de inhoud.
8. Snij gaten aan de zijkant onderaan in het ananasblik (hefbomen langs rand).
9. Snij gaten aan de onderzijde van het ananasblik en vergroot deze door de "snuit" van de blikopener rond te draaien, deze gaten moeten zo groot mogelijk zijn.
Het ananasblik na stap 7-9.

10) Druk het ananasblik in het bruinebonenblik.
De brander is klaar.


Problemen oplossen

Het ananasblik past niet in het bruinebonenblik
Je hebt niet secuur gewerkt. Soms lukt het om het ananasblik er toch in te krijgen. Zet het ananasblik op het bruine bonenblik en leg er een plat stuk hout op. Sla het er subtiel in met een steen. Pas op dat het blik niet vervormt. Je kan eventueel eerst met de blikopener kleine keepjes maken in het resterende stukje deksel van het bruinebonenblik.

Veel rook, weinig vuur
De verbranding is niet goed. Denk eraan: vuur moet lucht hebben. Vuur brandt het beste als er lucht van onderaf wordt aangevoerd. Zorg er dus voor dat er van onderaf voldoende lucht bij kan. Vergroot de gaten in de onderkant van het bruine bonenblik: steek de "snuit" van de blikopener in een gat en draai het mes als een schroevendraaier. Verder: gebruik droog hout. Vochtig hout brandt slecht (er gaat veel energie verloren in het verdampen van vocht).


Hints

  • De brander past in een zelfgemaakte billy (voorraadbus van RVS met een hengsel van een oude emmer eraan gemonteerd. De voorraadbus heeft een diameter 11.5 centimeter en een hoogte van 15 centimeter). 
  • Een stoffen hoes om de brander voorkomt gerammel in de billycan.  
  • Gebruik een houten pothaak om de kookpan boven de brander te hangen. 
  • Stop alvast droge tondel in de brander, je bent dan klaar voor de start. 
  • Maak een tondelzak voor in je rugzak. Doe er droge houtjes in, papier, berkenschors etc. Je hebt dan altijd droog brandbaar spul bij je.  


Recept: bruine bonen met ananas en ui

  • Doe (een deel van) het ananassap in de billycan. 
  • Snipper de ui erbij.
  • Hang de pan boven het vuur en laat de ui zacht worden.
  • Doe de bonen erbij en warm het op. 
  • Snij de ananasschijven in stukken. 
  • Als de bonen warm/heet zijn de ananasstukken erbij doen. 
  • Kort doorwarmen. 
  • Zorg er voor dat er steeds voldoende ananassap in de billy zit om aanbranden te voorkomen. 
  • Eet smakelijk.

maandag 11 april 2016

Een geïmproviseerde kampkeuken

Kamperen met Coen. Er staat een harde wind. Ter plekke improviseer ik een eenvoudige kampkeuken.

We gebruiken drie windschermen: de tent, een pallet en een opvouwbaar scherm van metaal.

Aan een tak, die ik in de pallet steek, hangt een verstelbare pothaak voor een pan om water in te koken. Op drie in de grond geprikte stokken, naast de bushcooker (zelf gemaakt van conservenblikken), kan de koekenpan staan.

Een laagje zand onder de bushcooker voorkomt schroeiplekken in het gras.

Klaar om te koken!
Zelf een keukenopstelling improviseren. 

zaterdag 5 maart 2016

Van wie is dit ei?

Soms worden de proteïnen je in de schoot geworpen. Onderweg naar de supermarkt zie ik een joekel in het gazon liggen. Gelegd door de grootste grazers van de buurt. Een ei van een soepgans.

Terug van de super is in de verste verte geen gans te zien. Dit ei is verlaten en ik besluit om deze mee te nemen naar huis.

Eenmaal thuis de ei test: drijft of zinkt deze in water? Het ei gaat keurig op de bodem liggen. Het is vers. Daarna goed gebakken in de pan om eventuele aanwezigheid van Salmonella om zeep te helpen.

We hebben ervan gesmuld.

Een giga ei van een soepgans.

dinsdag 10 november 2015

Bushcraft in de herfst

Vier dagen wonen in een levend schilderij. Esdoorns, haagbeuken en beuken kleuren geel, oranje en rood. Herinneringen komen op aan road trips in Canada met m'n broer.

Vlierbessen ontstelen.

Ik bouw een open hut. De open kant komt op het zuiden, want de wind zit in de westelijke hoek. Ik hoop dat de rook van een vuur dan niet m'n onderkomen in waait. Ook profiteer ik zo van de zon en zie ik misschien 's nachts de maan. Ik kannibaliseer een vervallen hut. Bouwmateriaal en brandhout binnen handbereik. Een luxe.
Van een oude hut (links) maak ik een nieuwe (rechts).



Het bos ziet er aantrekkelijk uit. Je ziet nauwelijks meer dat de bomen ooit in rijtjes zijn geplant. Er groeien verschillende soorten bomen en struiken. Sommige hebben nog takken laag op de stam. Fraai uitgegroeide hazelaars. Een omgevallen vogelkers die gewoon weer verder groeit. En hele grote populieren. Niet de meest ideale boom om een hutje onder te bouwen. Er breken zomaar takken af als het waait. Ik bouw mijn hut uit hun kroonprojectie.

Ik zie ook kwijnende elzen. Ooit geplant als vulhout tijdens de aanleg denk ik. Bijgemengd om het nieuwe plantsoen snel de hoogte in te krijgen want els heeft een snelle jeugdgroei. En door onderlinge concurrentie gaan de andere bomen ook sneller groeien. De nieuwe beplanting kan dan beter de concurrentie aan met de kruiden die ook opkomen na de plantwerkzaamheden. En nu, na jaren, worden de elzen eruit geconcurreerd door de andere bomen.

Ik geef één van de elzen de genadeslag, want ik heb een stevige nokbalk nodig voor mijn hut. Ik kan geen dood hout vinden dat stevig genoeg is om het dak te kunnen dragen. Eigenlijk hoort dit niet: levende bomen omzagen. Maar het is een bewuste keuze, als je weet dat de els hier toch zal verdwijnen. En ik doe het netjes: de boom wordt vlak boven de grond afgezaagd. Het valt nauwelijks op. De bosbouwer heeft er weinig last van als hij hier weer eens met een machine aan de slag gaat.  

Ik bouw de hut tegen een veldesdoorn. De kroon van de boom is een soort paraplu. De bodem is droog.  
Hut, bed, brandhout.

Voor een bed gebruik ik twaalf rechte takken van een hazelaar, ongeveer twee vingers dik. Ik leg ze op twee polsdikke stammen en mijn bed is klaar. 

Het bouwen van de hut is keihard werken. Eerst de oude hut slopen, materialen sorteren, daarna nieuwbouw. Na drie uur staat er een nieuw onderkomen. Met een bed en een flinke stapel brandhout. 

Tijd voor een verkenningsrondje. Even het blikveld verruimen. Ik zie dat er nog genoeg eten te vinden is. Ik pluk appels, rozenbottels, brandnetels en raap hazelnoten. Uit een andere hut (van mij) neem ik een zelfgemaakt rieten slaapmatje mee.
Herfstoogst. Appels, rozenbottels en vlierbessen.

Terug bij m'n hut steek ik het vuur aan. Dit vuur is niet alleen voor de lol. Het is een stuk gereedschap. Ik kook er water mee uit plassen nadat ik het gefilterd heb in een canvas zak. ik kook er m'n eten mee. En het vuur is een lichtbron in de duisternis. Ik heb geen kunstlicht mee.

Als het donker wordt, leg ik stukken brandhout parallel aan elkaar op het vuur. De vlammen kruipen vanzelf naar de uiteinden toe en in korte tijd is er een lang vuur, of een long log fire. Ik besluit te gaan slapen zonder slaapzak. De stapel brandhout aan de andere kant van het vuur reflecteert stralingswarmte mijn kant op. De hut zelf reflecteer ook stralingswarmte. Het is lekker warm geworden! Maar elk half uur moet ik stoken. Rond middernacht heb ik er genoeg van en kruip m'n slaapzak in. Een volgende keer zal ik dikker hout gebruiken als ik het vinden kan.
Een lang vuur geeft veel warmte af.



Later in de nacht word ik wakker. Het is niet meer bewolkt en zie de maan. Ik dommel weer in.

Tweede dag. Ik word wakker bij het eerste licht. Ik blijf nog even liggen. Het is echt stil. Heerlijk stil. Een roodborstje begint te zingen. Wake up call. Ik sta op en eet een kliekje van gisteravond.

Tijd voor een ochtendwandeling. Het licht is mooi. De zon probeert door de wolken te breken en dat lukt deels. Ik loop naar het water en zie een opening in het riet. Hier kan ik straks een zetlijn uitgooien.

Langs de bosrand groeit smeerwortel. Een eetbare- en medicinale plant. Da's mooi, want ik heb kloven in m'n hand, opgelopen tijdens m'n werk vorige week. Ik wrijf de bladeren stuk tussen m'n handen zodat het sap vrijkomt. Er zit allantoïne in en dat versnelt herstel van huidweefsel. Volgens de boekjes. Proberen dus. De bladeren zijn te oud om te kunnen eten.

Op een schuin gewaaide wilg staan jonge, rechte uitlopers. Ik snij ze af om er later een mand van te vlechten. Als ik terug ben bij m'n hut, kook ik rijst met brandneteltoppen als lunch.
Brood bakken. 


's Middags, tijdens een lange wandeling, vind ik m'n eerste wintergroente van hier: veldkers. Later vind ik nog een handvol dauwbramen. Ze geven een sugar boost.

Ik ben eigenlijk best brak. Een lichte hoofdpijn door het oppervlakkig slapen in zo'n eerste nacht. Tegen het eind van de middag duik ik m'n slaapzak in. Ik sla het avondeten over. 's Nachts word ik wakker van de honger en eet wat gedroogd vlees. Het regent nu, maar de hut houdt me droog!

De volgende dag regent het nog steeds. Er komt een soort rust over me. Ik weet dat ik alles goed voor elkaar heb: het onderkomen houdt me droog, er is brandhout en eten. Ik hoef alleen maar drinkwater te regelen. Ik ga er eens lekker de tijd voor nemen. Ik bak een brood van bloem, rozemarijn en wijnsteenzuur (van huis meegenomen natuurlijk!). Met m'n zelfgemaakte kooltjestang haal ik kolen uit het vuur om een geïmproviseerde oven te maken van m'n koekenpan en een doggybowl.

Een mand vlechten.


Na het eten blijf ik bij de hut en ga een mand vlechten, want de regen houdt aan. Tegen het eind van de middag wordt het droog. Even de zetlijn checken. Niets.

Er is veel blad gevallen deze dag. Ze camoufleren m'n hut en maken het dak nog beter waterproof. Ik kook wat rijst en ga dan slapen.

Na een dag bladval valt de hut bijna niet meer op. 

Laatste dag. Het is een mooie ochtend. In monochroom komen de contouren van het bos tevoorschijn. Geleidelijk komen de kleuren. Ik ga er niet op uit, wat ik normaal gesproken graag doe, maar beleef de ochtend vanuit m'n stek. Ik zou teveel een stoorzender zijn. Ik zie de laatste sterren en de opkomende zon. Ik blijf ongeveer een uur bij m'n hut, alles om me heen opnemend.

Ik eet een restje van gisteravond en ga aan de wandel. De nevel is bewolking geworden waar de zon doorheen prikt. De kleuren zijn mooi, vooral ook na die grijze dag van gisteren. Ik ga eens een andere kant op en ontdek appelbomen en notenbomen met reusachtige walnoten! De appels zijn rauw niet te vreten maar ik neem ze mee. De walnoten zijn lekker. Ik wandel langzaam en neem alles in me op. Vanmiddag wil ik een feestmaal maken met zelfgebakken brood, geroosterde hazelnoten, appelmoes en een sapje van rozenbottels, vlier en sleedoorn. Daarna weer naar huis.

Water filteren met een canvas zak; daarna nog even koken om het drinkbaar te maken.



Herfstoogst: walnoten en nog meer appels.
Hazelnoten poffen in heet zand.
Een voorraad aanmaakhout op een droge plek.
Vruchtensap maken. 
Vuur maken. Een gestructureerde aanpak voorkomt teleurstelling.