donderdag 6 augustus 2020

Zomers koken: augustus-bivak 2020

De lucht is blauw en het zal rond de 30 graden zijn. Eigenlijk te warm om actief bezig te zijn maar onder het kronendak gaat het wel. 

Ik bivakkeer hier vaker. Een prachtplek. Dikke populieren, grote veldesdoorns, flinke hazelaars, veldjes met brandnetel en wat opvalt: veel omgevallen vogelkers. Soms maakt zo'n omgevallen stam weer scheuten. Re-iteratie heet dat leerde ik ooit op school. Het is een coulissenbos waar je onopvallend kunt wildkamperen. 

Bij aankomst de prio's. Onderdak, nest en brandhout. Ik kook op vuur en heb geen alternatief. Omdat het kan. Zelfs in deze droge periode is hier geen gevaar voor bosbrand. Er ligt bijna geen brandbaar spul op de grond dat vlam kan vatten en er zit geen organisch materiaal in de grond dat gloeien kan. Er zijn geen naaldbomen die makkelijk in de fik kunnen gaan met hun hars. Water is geen prio. Heb genoeg water mee voor de eerste dagen. 

Na het settelen is het tijd om de buurt te verkennen. Voordat ik vertrek spot ik een reegeit op noordoost. De wind is oost. Ze heeft mij kennelijk niet opgemerkt toen ik m'n bivak aan het maken was. Even later zie ik een reebok die haar volgt. Waarom zijn ze toch zo opvallend van kleur 's zomers? En zou er nog nabronst zijn? Heb ooit een ree carrousel gevonden (zie ander artikel in dit blog: carrousel ree). Mijn pad kruist de hunne. Voorzichtig lopend, takken op de grond mijdend ga ik op weg. Uiteindelijk schrikken ze toch op. 

Het is bloedje heet. Ik probeer me zoveel mogelijk te verplaatsen onder de bomen. Ik pluk ondertussen wat bramen en vind appels. 

Tijdens het voorbereiden van dit tripje bedacht ik om wat uitgebreider te koken. Heb zelfs een Dutch Oven mee om eten in te bereiden. Mijn plan is om broodjes te bakken die ik mee kan nemen voor onderweg. Ik kan dan wat verder van 'huis'. Ik maak onder andere een abraflap (appelbraamflap). En als avondeten gebakken aardappel met ui, tomaatjes en corned beef. Errug lekah! 


De natuur is mijn huis. Hier de slaapkamer en de keuken. 


Koken in de Dutch Oven.


Plukvoer en het deeg gereed voor de appelbraamflap. 



Gekookte appel en braam. Even dichtvouwen en de abraflap is klaar om in de DO te gaan.


Prachtige natuur.   


Afkoelen in het meer. 


En weer aan de kook. 

vrijdag 10 april 2020

Wat te doen buiten in tijden van Corona: nature sit

Ga het bos in, zoek een rustig plekje en ga tegen een boom zitten. Zoek een plek die aangenaam voelt. Dit is iets persoonlijks. Iedereen is anders. Doe het. Ga op zoek!

Neem een zitlap mee, een stuk van een foamen slaapmatje bijvoorbeeld. Je koopt ze voor weinig bij de kringloop.

En dan. Zit stil en zet je zintuigen op 10. Kijk links, rechts, omhoog. Wat gebeurt er? Hoeveel verschillende vogelgeluiden hoor je? Kun je ze herkennen? Wat zeggen ze? Tune in. Maar focus niet alleen op de vogels. Kijk naar alles! Laat het op je inwerken. Zet je zintuigen open.

Misschien valt jou ook op dat er een wereld is die gewoon door lijkt te gaan. Alsof er geen Corona bestaat. Een geruststellende gedachte.

Pas op met teken. Door het warme weer van de laatste dagen zijn ze erg actief. Check regelmatig je broekspijpen en druk ze dood tussen je duimnagels. Thuis je lichaam checken. Voor meer info over teken en gerelateerde ziekten check de site van het RIVM.




zondag 1 maart 2020

Nature quest


Een weekend de bossen in gaaf! Vooral als het niet hard waait en je geen last hebt van je rug hebt. Maar daar kom ik zo op. Machtelt dropt me en gaat door met de kids naar het Heitelân. Hun plan: indoor schaatsen.

Naar een vertrouwde plek. Ik kampeerde hier in 2018 op precies dezelfde plek en in hetzelfde weekend. Het was toen 's nachts -10 (gevoelstemperatuur -15). Da's nu anders. Harde wind en af en toe regen. Het is één hele grote, vieze kleibende. Maar toch is het mooi. Mooi om de verschillen te zien, hoe het bos zich ontwikkelt, welke dieren er wel of niet zijn, wat ze doen en ook wat de mens er doet.

Tijdens een wandeling zie ik vanuit de verte een paar witte tipi's. Het is de plek waar Huize Horsterwold heeft gestaan, een replica steentijdboerderij gebouwd met vuurstenen bijlen. Deze rieten schuur is daarna in de fik gestoken. Allemaal in het kader van experimentele archeologie.

Op een rondleiding door de boswachter, jaren geleden, toen de boerderij net af was, vertelde ik dat ik verderop ook een hut van riet had. "A ha! Is die van jou. Ik wilde al een briefje ophangen" zei André. Ik mocht m'n gang gaan mits er geen precedentwerking zou ontstaan en er geen foute dingen zouden gebeuren. De boswachter gebruikte mijn hut tijdens rondleidingen en vertelde dat er een kluizenaar woonde. En soms was dat ook zo.

Er staan nu indianententen, zweethutten en wat houten gebouwtjes. Ze zijn bezig met een ceremonie. Ik moet stil zijn maar maak fluisterend een praatje. Of ik bekend ben met de ceremonie vraagt ze. Niet met de ceremonie maar heb wel eens in de zweethut gezeten. "Maar wat een uitrusting zeg. Ben je met een nature quest bezig?" De wat? Ja dat is het! Realiseer ik mij, ik ben altijd met de nature quest bezig.

Ik zet de tarp met de rug in de wind en steek het vuur aan om water te koken. Dit komt uit de sloot. Alleen in februari stroomt er water.

Ik heb een halve Billy met brandnetels geplukt. Ik maak aardappelpuree met tonijn en brandnetel. Lekker en gezond. De rook die steeds onder m'n tarp komt tijdens het koken is vervelend maar neem het op de koop toe. Het regent. Ik kook liever onder zeil.

Na het eten duik ik m'n nest in. Het is echt een nest want ik heb riet onder m'n bivakzak gelegd. Lekker warm. De wind buldert door de bomen en later in de nacht hoor ik luid gekraak. Er is ergens een tak uit een boom gewaaid. Pffff. Niet op mij. Ik voel me erg kwetsbaar.

De volgende ochtend is er een koor van vogels. Het begint met het roodborstje. Daarna de lijsters en de merels.  De havik roept. Later hoor ik de vinken. Dat zijn de uitslapers. Klein hoefblad bloeit. Gele, vliegende schotels die naar de zon kijken. Overal popups van brandnetel, kleefkruid en look zonder look. Ik snoep ervan. Het voorjaar is begonnen.

Ik hoorde vanochtend drie schoten. Twee keer kort na elkaar en later nog één. Doffe droge dreunen. Is dit nou het geluid van een demper? Geen verstand van. Er vindt afschot van damwild plaats omdat het bos zich slecht verjongt. Het is allemaal terug te vinden op internet.

Ik eet mijn kliekje van gisteravond en besluit mijn route af te stemmen op het geknal. Ze stoppen toch zo met schieten en misschien vind ik nog wel iets. Damhert tong lijkt me een delicatesse. Op zoek naar bloed- en sleepsporen. Ik vind verse bandensporen. Terreinbanden. Deze zijn van vanochtend, van na de regen. Ze zijn in ieder geval niet over het pad gegaan langs mijn bivak. Ik volg het spoor, het gaat van hoogzit naar hoogzit. Op schootsafstand liggen bieten als lokvoer. Ik kan natuurlijk zo'n biet meenemen en koken want suikerbiet is prima kost. Veel zoeter dan de rode bietjes uit de winkel. Maar ik heb last van m'n rug en wil zo'n joekel van een biet niet in m'n rugzak.

Ff een pauze in zo'n hoogzit. Je kunt daar lekker droog zitten, op een houten stoeltje met rondom zicht. Er komt een Subaru Forester aan. Dat zal de jager zijn. Wat zou hij zeggen als hij mij hier zag? Ik wacht het even af. De auto stopt naast de kansel maar hij stapt niet uit. Hij zwaait ook niet. Ik zie de loop van zijn geweer tussen hem en de bijrijderstoel. Hij frommelt zijn verrekijker uit een tas en kijkt even opzij en legt 'm weer weg. Hij trekt een blik frisdrank open en rijdt door. Hij heeft alleen oog voor het damwild. Ik check zijn bandenspoor. Het heeft een ander profiel.

Ik heb onwijs last van m'n rug. En het weer is K. Ik ben er klaar mee. Ik besluit om naar huis te gaan. In 20 minuten is alles gepakt. Ik stiefel naar station Nijkerk en pak de trein naar huis. Onder het genot van een blik Veltins typ ik dit verhaal.

Gegroet
Ik onder zeil.  

Zelf je eten klaar maken in dit prachtige resort. 

Lokvoer voor damherten... en voor mij. Suikerbiet is prima te eten.   



zaterdag 11 mei 2019

Vissen met een zelfgemaakte hengel

Ik vind een stukje touw. Kan ik er wat mee? Jazeker. Vissen!

Het touw is best kort. Ik trek het uit elkaar en twijn er een langere en dunnere lijn van. Voor meer info over deze techniek Google de term touw twijnen.

Een doorn van de meidoorn gebruik ik als vishaak.

Met een worm probeer ik een baars te vangen. Ik laat het haakje op en neer gaan in het water. Drie korte rukjes omhoog en dan rustig naar beneden laten zakken.

Helaas. Geen resultaat.

Ik vind een stuk touw. Wat kan ik er mee? Ik ga er mee vissen. 

Ik trek het touw uit elkaar. 
Ik twijn de losse vezels weer in elkaar.  

Een takdoorn van een meidoorn wordt m'n vishaak. 
Vissen met mijn geïmproviseerde hengel.



maandag 14 januari 2019

Januaribivak 2018

Een paar dagen de bossen in. Dertien kilometer sjouwen vanaf het station tot m'n beoogde kampeerplek. Ik heb geen vehikel tot mijn beschikking. Het voelt wat vreemd als ik de denigrerende blikken zie van de mensen in voorbij zoevende auto's. Maar ik heb huis en haard op m'n rug. Geen zorgen.

De open polder maakt plaats voor bos. Ik pluk alvast wat dode takken uit bomen voor brandhout en pluk wat eetbare planten.

Op m'n stek nemen de routine's het over.

Tarp gaat overeind. Hoe zal ik hem deze keer opzetten? Ik kies voor een lean to model. Deze setup is niet helemaal oké merk ik de volgende ochtend. Het heeft geregend en er zit water tussen dat omgeslagen deel (zie foto). Even iets anders verzinnen.

Pothanger ophangen.

Vuurplaats in orde maken.

Riet halen voor wat meer comfort tijdens het pitten.

Water zoeken. Ik heb een gevulde drinkfles mee van 800 ml. Voor een paar dagen is dit niet genoeg. In een oud spoor van een harvester liggen plassen waar ik water uit haal. Ik kook dit water dan boven een vuur en heb dan drinkwater. Het water uit één zo'n plas stinkt behoorlijk. Ik zie voor me hoe een ree hier heeft staan kakken. Even verder zoeken dan maar…

Ondertussen broed ik op een plan. Hoe zal ik die karper(s) kunnen vangen? Ik zag ze laatst in het kraakheldere water van een sloot verderop. Hoe kan ik ze het makkelijkst vangen? Ik heb een stuk aardbeiennet en een eenvoudig vissetje mee. En een restje maïs uit de koelkast dat ik als 'bait' kan gebruiken. Ik kom er nog niet helemaal uit. Pas later, als ik weer thuis ben en in Eetbare Natuur lees hoe je karper kunt bereiden krijg ik inspiratie. Een mooi project voor in de toekomst. 

De romantiek van koken op een houtvuur.



De tarp als schuin dak model. Onder het terug geslagen doek zat regenwater de volgende ochtend. 









































Vanwege het slechtere weer een andere setup van de tarp: meer beschutting.






















Is dit ereprijs? Kun je het eten? Je bent nooit uitgeleerd.
Groeten uit het bos!

dinsdag 6 november 2018

28 uur Horsterwold

De grond is wit van de vorst. Ik schrik. Kan ik nog iets eetbaars te vinden? Zo meteen komt een scoutinggroep op bezoek voor mijn workshop wilde planten.

Ik ben vroeg, het is net aan het lichten. De beste tijd om wilde dieren te spotten. Ik zie een vos op zoek naar eten. Ik sta niet alleen.

Gefocust richt ik m'n kamp in en doe daarna een rondje. Ik vind wat groente en fruit.

Als de scouts later op de dag weer vertrekken breek ik m'n kamp af en haal m'n rugzak met slaapspullen. Ik blijf een nacht pitten. Ik wil niets missen van al dit moois. Over een paar weken is het kleurfeest van de herfst echt voorbij.

Een hazelaar geeft me onderdak. Het lukt me om voor het donker hout te sprokkelen, een vuur te maken en er eten op te koken. Om 19.00 duik ik de slaapzak in. Moe maar voldaan dut ik in.

Ik word wakker van harde, korte blafjes heel dichtbij. Het klinkt als een kruising van een hond en een wild zwijn. Ik denk dat het een damhert is. Ga weg hert! Laat me slapen.

Tijdens het lichten uit de veren en aan de wandel. De grond is wit van de vorst. In mijn bivak was dat niet zo. Een bladerdak boven je hoofd scheelt echt een paar graden.

't Is weer mooi. IJsbloemen op de plassen. Opstijgende dampen van een meertje. Het zonnetje komt op. Happy.

Een bijna winters landschap. Is hier nog wel eten te vinden?

Met de scouts op zoek naar eetbare wilde planten in de echte groene supermarkt. De schappen liggen vol met pastinaak, meidoornbessen, rozenbottels, sleedoorns, rauwe naalden van den(!) enzovoort. En in de groene bouwmarkt verderop is materiaal te vinden voor touw en een bed.

En vuur maken met de vuurboog. Hou nog ff vast dan maak ik gauw een foto...


Deze hazelaar was zo vriendelijk om mij onderdak te bieden.
De volgende ochtend.

dinsdag 3 juli 2018

Hoe vuur maken

Vuur maken is nuttig en gaaf! Maar beoordeel eerst, voordat je vuur wil maken, of dit verantwoord is. 

Zoek brandhout. Pluk dode zijtakken uit bomen. Deze breken makkelijk af. Hoor je een duidelijke krak(!) dan zijn ze ook echt dood. Raap geen hout van de grond. Dit is vaak vochtig.

Tip: maak een tondeltas om makkelijk ontvlambaar materiaal in te verzamelen. Denk aan berkenbast, brokken hars, harsmannetjes, fijne takjes van een spar, lisdoddepluis of een kaars. Stop de tas in je rugzak en je kunt waar je ook bent altijd makkelijk ontvlambaar materiaal verzamelen. Want je komt het tegen als je het niet nodig hebt. En als je het nodig hebt is het er niet. Verzamel altijd tondel onderweg.

Wees voorbereid voordat het vuur aan gaat. Wil je koken? Zorg dat het eten panklaar is. Kan de pan al boven het vuur hangen? Misschien moet er nog een pothaak gesneden worden.

Sorteer brandhout op dikte. Tandstoker dik, potlood dik enzovoort. Besteed hier aandacht aan! Het kost wat tijd maar dat verdient zich terug. Je kunt nu met één lucifer of een paar seconden met een aansteker vuur maken.

Maak je vuurplaats schoon van humus of andere brandbaar materiaal. Schraap het op een hoop, je hebt het later weer nodig. Ga door met schrapen tot je zand of klei ziet. Stook geen vuur op veengrond. Dit kan langzaam smeulen zonder dat je het door hebt.

Maak een platform van takjes waarop het vuur komt. Dit isoleert de - meestal - vochtige ondergrond van het vuur. En er kan lucht van onder bij. Het vuur brandt beter zo.

Leg een bundel met de dunste takjes op het platform. Steek dit aan. Als de vlammen er door komen leg je de volgende bundel erop met dikkere takjes. Komen de vlammen daar weer door dan de volgende bundel, enzovoort. Leg de bundels haaks op elkaar.

Je hebt vuur.

Ben je klaar leg dan steeds dunnere takken op het vuur. Laat het uitbranden tot er alleen as over is. Laat dit afkoelen, Schop het in de omgeving en schuif de humus weer terug. Niemand ziet dat er vuur geweest is.

De onderste takken van deze spar zijn dood. Perfect aanmaakhout.    
Vuurplaats vrij van humus en blad. Een platform van takken om op te stoken. Bundels met dunne en dikkere takken liggen klaar. De pan kan boven het vuur hangen. En dan nu: de fik er in!


Tijdens een paar dagen solo wordt vuur een echte vriend. 

Laat het vuur uitbranden tot as en laat het afkoelen. Stamp daarna resterende kooltjes tot gruis. Dan het as verspreiden in de omgeving. Humus en blad weer terug schuiven met een stok. Er is niets meer van te zien. Zo moet dat en niet anders!

zondag 24 juni 2018

Maak een tondeltas

Wat is tondel? Dit is materiaal dat makkelijk brandt. Denk aan berkenbast, dode takken van een spar of een harsmannetje. Als je je tondel in een tas stopt dan heb je een tondeltas.

Verzamel tondel als je dit toevallig tegenkomt. Je hoeft er dan niet naar te zoeken als je het nodig hebt. Zoeken kost meer tijd dan toevallig vinden.

Verzamel tondel bij mooi weer: als het droog is. Vochtige tondel kun je drogen in je broekzak of te drogen hangen in een boom bij je kamp of tijdens een pauze bij een wandeling.

Ik heb een afsluitbare tondeltas gemaakt van een oude broekspijp. De inhoud is groot genoeg om ook wat dikkere takjes te verzamelen voor mijn zelfbouw brander.


Broekspijp wordt tondeltas met rolsluiting.  

Makkelijk om tondel in te verzamelen evenals kleine houtjes om een brander mee te stoken.

Een brok hars van een den.

Een buitenkeuken voor een prikkie

Een eenvoudige buitenkeuken maak je met een Dutch Oven, een zelfgemaakte brander, een zelfgemaakte "hooikist", een zelfgemaakte driepoot en met mooi weer!

Een Dutch Oven is een pan van gietijzer met hengsel. Perfect voor koken op vuur.

Het brandertje stookt efficiënt. Met een handvol houtjes is een gerecht snel aan de kook. Stoken op hout is milieubewust want hout is een hernieuwbare grondstof. En droge houtjes zijn makkelijk te vinden.

De "hooikist" is iets van vroeger. Het is een houten kist met hooi. Hoe werkt het? Eerst het gerecht aan de kook brengen. Dan de pan met hete inhoud in de kist zetten. Het hooi werkt als isolatie. Dit om brandstof te sparen. Omkijken is er niet meer bij want in de hooikist kan niets aanbranden. Je kan iets anders gaan doen! De kooktijd is wel wat langer. Begin dus op tijd.

Mijn "hooikist" heb ik gemaakt van resten plaathout (underlayment) en ik gebruik een zelfgemaakte wollen slaapzak in plaats van hooi.

Met een driepoot hang je de pan boven het vuur. De stand van de pan ten opzichte van het vuur regel je makkelijk door de poten dichter bij, of verder van elkaar te zetten. Hoe maak je de driepoot?

Zoek drie rechte takken zolang als jezelf. Hazelaar is zeer geschikt want deze struik heeft soms lange, rechte takken en het hout is erg taai. Met een stuk touw en de vorksjorring (Google) knoop je de drie takken aan elkaar.
De buitenkeuken in actie.

De moderne hooikist. Niet met hooi maar met een wollen slaapzak

Wat heb je verder nodig?
  • Een windscherm voor de brander. Ik heb een kookwindscherm 25x48 (Google). 
  • Een zaag om de takken uit het bos- of het gemeente plantsoen te zagen. Ik gebruik een Bahco Laplander.
  • Touw om de takken aan elkaar te binden. Ik gebruik sisaltouw.
  • Een haak om de pan boven het vuur te hangen.
  • Een zelfgemaakte tondeltas om brandhoutjes in te verzamelen. 
  • Een hoes voor om de DO zodat de roet dat op de pan zit niet in de slaapzak komt.

vrijdag 18 mei 2018

Het gaat slecht met insecten

Verontrustend nieuws. Ik las het ergens en zie het nu op tv. Bestrijdingsmiddelen schijnen de oorzaak te zijn. 

Ik herinner me als kind dat onze auto altijd onder de vliegen zat na een autorit. Dat is nu niet meer zo. 

Op naar m'n overnachtingsplek. Wildkamperen. Hier vliegt en kruipt van alles rond. Het lijkt hier wél goed te gaan met de insecten. Ook met de muggen en de teken. Da's dan weer minder. De muggen bijten (nog) niet, de teken wel. Ondanks deze boeven word ik weer blij.

Want ik weet waarvoor ik gekomen ben: het vogelkoor in de ochtend. Wakker worden met gezang. Als er veel insecten zijn dan zijn er veel vogels.


Hier heb ik overnacht. Ik laat m'n tarp achterwege gelaten. KNMI verwachtte goed weer en m'n intuïtie kon dit alleen maar beamen. Ontbijt hangt boven 't vuur.  

Driepoot en pothanger made on the spot
Knutselen met spullen van Moeder Natuur. 
Ontbijt wordt aangevuld met wildpluk.  

dinsdag 13 maart 2018

Kamperen in de vrieskou

Een paar dagen wildkamperen. De weersverwachting geeft nachttemperaturen van -10 en harde wind. Gevoelstemperaturen van -15 tot -19. Zo. Weer eens wat anders.

Ik ben verkouden. Is dit verstandig?

Ik koop een goed passende winterpet en overhandschoenen bij de dump (de wollen binnenwanten had ik al). Deze ontbreken nog in mijn uitrusting. Kosten: 12 euro. Ruim voorgefinancierd door de Nederlandse belastingbetaler. Dank daarvoor. Kijk eens wat een Hestra Heli Ski 3-Finger doet qua prijs.

Met vertrouwen in eigen kennis, kunde, vaardigheden en uitrusting maar vooral een sterk verlangen om buiten te zijn besluit ik om te gaan.

Mijn vrouw dropt me. Zij gaat met de kids en met de schaatsen in de kofferbak naar haar heitelân.

Met meer dan 20 kilo op m'n rug heb ik uitzonderlijk veel mee voor mijn doen. Ik heb geen zin om te verrekken van de kou. Dikke slaapzak, warme onderjas, veel sokken, zooltjes, thermokleding en heeeeel veel eten. Calorieën uit de natuur halen is op dit moment geen optie voor mij.

Met een joekel van een rugzak loop ik naar een favoriet plekje. Ik kan hier een onopvallend bivak maken met zelfs een klein vuurtje erbij. Met armen vol riet, dat afgemaaid op de kant van de sloot ligt, maak ik een 'tapijt' in de shelter. Ingedrukt is ongeveer 5 cm. dik. Het isoleert me van de koude ondergrond als ik lig te slapen en het riet vlakt oneffenheden uit. Ik heb natuurlijk ook m'n thermarest mee. Comfort boven alles.

Brandhout pluk ik uit de boom. Er is genoeg. Veldesdoorn brandt goed en de rook is niet onaangenaam. Een bijl is niet nodig, heb ik ook niet bij me. Het brandhout is gevriesdroogd in de wind. 

Daarna: omgeving verkennen! Ik loop een rondje om te kijken of m'n kampje opvalt van een afstand. Niet. Er is een sloot waar altijd water stroomt in deze periode van 't jaar. Zal het bevroren zijn?

Als ik het bosperceel uitstap merk ik hoe venijnig de wind is. Ik ben blij met m'n winterpet en m'n overhandschoenen. Soms hoor ik de wind hoog in de boomtoppen jagen. Alsof er plots een 747 boven me vliegt. Hier op de grond is dan nauwelijks wind. In deze condities kun je het beste maar in het bos zijn en niet daarbuiten.

De sloot is niet bevroren! Ik kan water tappen. Fijn. Ik hoef niet meer moeite te doen dan nodig om aan water te komen.

Ik ga op stap. Ik pak m'n dagrugzak in: eten, waterfles, warme onderjas, eten, mes, EHBO, plastic tas (je weet nooit wat je onderweg vindt), twee billycans (ook handig als verzamelbakje), een reserve zakdoek, sokken en zooltjes. De verrekijker hang ik om m'n nek. Een tak wordt een wandelstok en statief voor de kijker. Ik kan zo langer kijken naar al die reeën en damherten die opeens overal lijken te grazen. In de kou laten ze zich goed zien.

Er ontstaat een routine in de vijf dagen dat ik hier ben. 's Morgens en 's avonds de vaste klusjes zoals brandhout en water halen, water en eten koken. Bij het lichten van de dag op en als het gaat donkeren de slaapzak in. Ik maak lange nachten maar ik merk dat mijn verkouden lijf het nodig heeft. Tussen 9.00 en 10.00 en 16.00 vrije tijd! Ik zwerf rond om nieuwe stukken bos te verkennen.

Ik kom veel snippen tegen. Of is het er maar één die steeds voor mij uit vliegt en weer neerstrijkt op mijn pad? En goudvinken. Een ree die het ijs opgaat. Ik stalk dichterbij voor een foto maar dat gaat niet lang goed want een ander ree staat op de uitkijk. Ik vind de eerste bloemen van klein hoefblad en eet ze op. Klinkt dramatisch maar dat is het niet. Over een paar weken is het hier geel van het hoefblad. Ik heb ze nog nooit zo zoet gehad. De vrieskou zorgt voor meer suiker in de plant als een soort antivries.

Ik vind een ganzenei. Vreemd. Of toch niet? Kippen leggen ook wel eens zomaar een ei in de ren. Dit ei gaat mee. Dat wordt m'n ontbijt voor de volgende dag. Hoogtepunt is de zeearend die in glijvlucht een meerkoet of zwaan probeert te grijpen uit een stuk ijsvrij water. Machtig!

De voorlaatste dag bouw ik m'n shelter om. Ik heb zo meer bewegingsruimte tijdens het inpakken van m'n uitrusting want het weer slaat misschien om.

Hieronder een fotoverslag.

Kamperen bij min 10. Weer eens wat anders.
In deze tijd van 't jaar is hier altijd stromend water. Ondanks de kou was het niet bevroren.

Ik vind een ganzenei. Ik kook deze 20 minuten om eventuele salmonella geen kans te geven.

Jonge brandneteltopjes. Er is nog niet veel eetbaars te vinden. 
Ik doe hars van een omgevallen spar (stormschade) op een blaar. 
Na een koude nacht: ijs in de bivakzak.
's Nachts 10 graden onder nul.  
Een voorraadje reserve vuurstarters. Ik stop het weg in m'n onderkomen. Wie weet heb ik het nodig. 
Bloemen van het klein hoefblad. Ik eet ze op, ze smaken zoet. Het suiker in de plant werkt als antivries.
De bevers maken er weer een bende van. 
De laatste dag bouw ik m'n onderkomen om. Ik heb meer bewegingsruimte tijdens het inpakken van de rugzak. Tijdens het voorbereiden op dit tripje werd er slecht weer verwacht. En ik heb (nog) geen smartfoon om - bijvoorbeeld - het weerbericht te checken. En weer bleek achteraf goed te zijn.